1.
De wet van Murphy word vaak beschreven als iets wat je overkomt terwijl je in de rij van de Albert Hein staat te wachten en besluit te switchen van rij. En dat puur omdat je het vermoeden hebt dat de rij waar je in staat jou meer tijd zal kosten dan de rij naast je. Nadat je hebt geswitcht en je in de andere rij staat te wachten steekt de wet van Murphy zijn lelijke kop op en moet je toekijken hoe de rij waar je eerst in stond zich alweer vult met wannabe yupen die met hun tripple A klasse producten bevestiging van hun succes proberen te krijgen terwijl ze 's avonds alleen aan een designer tafel zitten en hun maaltijd in hun uit de kluiten gegroeide muil proberen te schuiven, ook nog eens sneller blijkt te zijn dan de rij waar jij eerst nog van in de verondersteling was dat die sneller ging. Maar, het houd niet op, netzoals veel dingen in onze 80 a 90 jaar die wij op deze bijelkaar geraapte kloot van stof en water mogen mee maken.
Nadat je eindelijk aan de beurd bent en je boze blikken krijgt omdat je saldo op je bank rekening niet toelatent is, is Murphy alleen maar bezig zijn vette, zweterige lichaam uit die donkere grot te persen waar hij nog zat voordat jij de domme keuze maakte om van rij te wisselen. Je loopt de Albert Hein uit met uiteindelijk een handjevol goedkope producten waar je nog steeds over twijfelt of het wel een maaltijd zou kunnen opleveren.
Ik weet niet of ik de enige ben die het is op gevallen. Dat als je naar de meerderheid kijkt van de studenten die elke dag zwetend, zwoegend of bijkomend van een kater op één of andere academie, hogeschool, universiteit of wat dan ook, niet eens weten wat ze doen. Laat staan weten wat ze willen doen. Je kan de meeste studies dan ook zien als puur tijdverdrijf om de lege stiltes tussen het leeg drinken van het laatste biertje en het openen van het eerste te vullen.
Rechten is daar een goed voorbeeld van. Zeg nou eerlijk je gaat echt niet die studie doen omdat het zo veel uitdagender is dan dierentemmer in een leeglopende derderangs circus dat word gerund door een alcoholistische dwerg met masochistische neigingen, wiens zoon, ook dwerg en clown, een mislukte homoseksueel is die dagelijks door trapeze artiesten op zijn plaats word gewezen door middel van handelingen die zelfs ik niet durf te benoemen, laat staan te visualiseren. Kijk dat is pas avontuurlijk, daar vind je uitdaging in je werk. En dan heb ik het nog geen eens over het temmen van de geestelijk mishandelde, illegaal geïmporteerde, op medicijnen geteste, schuimbekkende, gestreepte poesjes gehad. Dus rechten stelt niet zo veel voor. Trouwens, ik kende iemand die zo’n “ik studeer rechten” type was. Voor haar leek op één of andere mannier het feit dat ze rechten studeerde reden genoeg om zichzelf te verheven boven andere. Je kan het zien als een soort van “instant” heilig verklaring door het Vaticaan. Ik volg die mensen dan ook totaal niet. Is het hun onzekerheid dat hen dwingt die keuze te maken of zal het gewoon een uit de kluiten gegroeide aangeboren ego zijn? Hoe het bij haar zat weet ik dus niet. Het enige wat ik wel weet is hoe erg ik me irriteerde aan haar gedrag. Het maakte niet uit wat je zei. Desnoods had ik kunnen zeggen dat ik de fucking Mount Everest beklommen had en zij zou gezegd hebben dat het gewoon iets is dat “gewone”mensen doen. En dat zij wel iets speciaals deed. Hoe dan ook, ik hoorde een tijdje geleden dat ze er mee gestopt was. Ik vermoed dat het zeker niet uitdagend genoeg was voor haar.
Oké terug naar het studeren. Ik ben dus pas begonnen aan een geweldige nieuwe studie, op een geweldige nieuwe school. De studie? Illustratie. De school? Willem de Kooning Academie in Rotterdam. Na zes afschuwelijke maanden van kauwen op papier, mijn vingers vast plakken met seconden lijm aan een bos bij elkaar geraapte lepels, ben ik eindelijk terecht gekomen waar ik wilde zijn. Eindelijk een beetje serieus bezig zijn met het vak. Geen onzin meer, puur illustreren. Het geen waar ik voor naar school ben gegaan. Het echte werk dus…
En nu, Het is half zeven in de ochtend. Langzaam doe ik mijn ogen open. Met de zelfde snelheid komt het besef dat de realiteit waar ik me een minuut geleden nog in bevond slechts een illusie was van mijn dromen, wensen en verdere onderbewuste. Ik haat dit moment van de dag. Serieus ik haat het, oké, behalve dan als het zondag ochtend is en ik lig naast mijn vriendin. Dan zie ik hoe ze daar helemaal verscholen tussen de lakens mij aankijkt met haar mooie blauwe ogen, haar glimlach die je hele dag weet goed te maken, zelfs als je net te horren hebt gekregen dat je moeder die dag er voor een herseninfarct heeft gehad. Het klinkt extreem maar zo ging het nou eenmaal.
Hoe dan ook terug naar mijn koude kamer. Daar lig ik dan. Half zeven in de ochtend, half dood en half levend. Met veel moeite probeer ik mijn bed uit te komen. De koude vloer doet me herinneren aan mijn periode bij de padvinders. Niet echt één van mijn hoogte punten uit mijn nog maar korte bestaan. Kut honden waren het. Ik bedoel, het sloeg echt nergens op die padvinderij. Het was volgens mij gewoon een excuus van een groepje georganiseerde pedofielen om een week lang opgesloten te zitten met 40 kinderen die de gemiddelde leeftijd hadden van 10. Elke ochtend dwongen ze ons om in enkel ondergoed door de bossen te gaan lopen. Als we dan bij de openplek aankwamen moesten we onze nog tengere lichaampjes opwarmen door middel van ochtend gymnastiek waarvan de instructies waarschijnlijk ergens in een oud SS trainingboek stonden, die de leiding nog van zijn vader had gekregen op diens sterfbed. Nee, als ik later kinderen heb dan mogen ze van mij niet op de padvinderij, misschien wel als ze erg irritant zijn of zoiets, maar ik betwijfel of hun moeder daar dan wel mee eens zou zijn. Aan de andere kant weet ik nog geen eens of ik wel kinderen wil later. Mijn vriendin en ik hebben een lijstje van 163 redenen om geen kinderen te nemen. Het lijstje groeit ook telkens als we samen de stad in gaan en van die moeders zien die op één of andere manier hun ouderlijke autoriteit hebben verlorren aan hun kinderen. Aan de andere kant hadden mijn vriendin en ik het laats nog over hoe we ons kind zouden noemen als we er later één zouden hebben. Waarschijnlijk zou ik de gene zijn in het huishouden die het behang zou onder krijten terwijl mijn kind mij boos aankijkt en schreeuwt:, Papa, niet doen! Papa stout’. Ik hoop niet dat zoiets het geval zijn. Dat zou mijn creatieve hartje erg pijn doen. Ik zou het kliederen op behang dan ook zien als een familie aangelegenheid. Waarom in je eentje iets stiekems doen als je het gezellig met een groep kan uit oefenen. Maar voorlopig schrap ik die gedachte uit mijn hoofd en focus me op wat echt belangrijk is op dit moment in mijn leven, student zijn.
Dus daar sta ik in mijn kamer op de koude vloer terug denkend aan die verschrikkelijke periode bij de padvinders. Met mijn handen wrijf ik de slaap uit mijn ogen en probeer me steeds meer te focussen op iets wat de deurknop moet lijken. Ik heb dan ook steeds vaker het gevoel dat mijn ogen er langer over doen om scherp te stellen. Het zou natuurlijk ook mijn afkeer van het wakker worden zijn die mij op deze mannier dwingt het wat langzamer aan te doen. Ik doe een poging de grijze vlek vast te pakken. Ik heb dan wel iets vast maar het is niet die grijze vlek. Een tweede poging lijkt succes voller alleen laat ik die verdomde grijze vlek los. Na mate de focus terug komt merk ik dat ik de afgelopen paar minuten bij de verkeerde deur heb staan klooien en niet verder was gekomen dan de achtertuin. Suf loop ik naar de goede deur. Mijn badjas sleur ik van de kapotte lamp die naast de deur staat. Mijn blaas die steeds meer begint te kloppen begint me te irriteren. Ik hou er niet van om verteld te worden wanneer ik iets moet doen. Zelfs niet als het mijn eigen blaas is die me waarschuwt op een explosieve situatie. Maar in dit geval ga ik toch even langs het “kamertje van de grote ontluchting” zoals een goede vriend van mij die zou noemen.
Ontlucht sta ik nu voor de trap naar boven. Ik begin zachtjes te hopen dat mijn moeder nog slaapt. Ik hou er niet van om ’s ochtends geconfronteerd te worden met mijn moeder. Niet dat ik niet van haar hou en om haar geef, maar ze kan soms erg op mijn zenuwen werken. Ik ben geloof ik een soort van gelegenheids “ochtend humeurist”. Als ik blij ben dan fluit en dans ik, is het maandag dan scheld en vloek ik. Op zich is het wel een goede weerspiegeling van mijn zijn. Ik hou van contrasten. Ik kijk via de glazen deur die de woonkamer scheid van de gang naar binnen. Er branden geen lichten, de televisie staat uit en ik hoor niks. Stilletjes loop ik verder naar boven, open de deur en ruik de geur van de sigaretten die in de asbak liggen te ontbinden. Op één of andere mannier is de serene rust die de ochtend stilte moet voorstellen, in de loop van de tijd in dit huis stilletjes uit gedoofd. Rustig loop ik naar de koelkast waar een groot pak melk op me ligt te wachten. Er is niks lekkerder dan je kurkdroge mond te vertroetelen met een vloedgolf aan zachte, maar dan wel zeer koude melk. De koelkast lijkt trouwens ook steeds triester te worden. Naast de pas gekochte spullen liggen hier en daar kleine schimmel fabriekjes die ondanks het vele gebruik van de koelkast zelf nog steeds er in aanwezig zijn.
Het koffie apparaat is mijn beste vriend ’s ochtends. Het is de vriend die ik nooit heb gehad. Staat altijd klaar voor je als je hem nodig hebt en zal altijd zijn best doen voor je. Ik pak de koffie pot en spoel de restjes koffie van de avond er voor weg. Weg dromend op de geur van verse koffie loop ik naar de woonkamer. Ik zetel mezelf in bank en zet de televisie aan. Altijd gelijk op Nederland 2, altijd op het journaal. Wederom is er weer niks goeds gebeurd in de wereld. In Israël heeft één of andere Palestijn had zich weer opblazen ergens in het centrum van Jeruzalem. In Rusland was weer een journalist vermoord om reden waar iedereen wel zijn of haar idee heeft. Ik denk ook dat in Rusland de scholen voor journalistiek qua aanmeldingen een dramatisch diepte punt hebben bereikt. Een beetje kritische journalist heeft een levenverwachting van rond de veertig jaar en ik betwijfel of dat het vak aantrekkelijk maakt. Maar ik denk dat je als Rus hoe dan ook niet echt een goede levens verwachting hebt, dus dan zou dat ook niet zo veel moeten uitmaken. En uiteindelijk is er in Nederland grote onvrede onder bevolking over de gang van zaken die onze grote en bovenal gevreesde leider. Voordat de gevreesde leider één woord uit zijn strot weet te persen voor de Nederlandse pers, schakel ik snel om naar een zender met tekenfilms die mijn ochtend humeur geleidelijk weet weg te ebben. Gedrogeerd kijk ik naar een aantal figuurtjes die samen over het beeld springen, zingen en gillen om zo het mysterie van het verlorren schilderij oplossen. Al zeg ik het zelf, het einde was een beetje zwak. Het is net alsof de makers van het script niet eens hun best hebben gedaan om een originele dader te vinden die je dus echt niet verwacht het schilderij te stelen van de gestreste eindredacteur die voor vijf uur die middag het cover ontwerp bij de drukkerij moet hebben omdat anders het blad waar hij voor werkt failliet zou gaan en hij uiteindelijk geen geld meer heeft om zijn vijf kinderen te voeden, waardoor uit eindelijk de serie stopt omdat de hoofdrol spelers zijn overleden aan voedingstekort omdat de schrijvers niet beter hun best hadden gedaan.
De dag begon dus goed al zeg ik het zelf. Op weg naar de metro die respectievelijk tien minuten lopen bij mijn huis vandaan is kwam de, voor mij, iets te vroege omslag van de dag. Het geval was een middelbare, roodharige, uitgezakte vrouw op een damesfiets die duidelijk niet lang meer te gaan had. Haar gezicht was bedekt met kleine zweetpareltjes die een lichtrode gloed hadden door het rood uitgevallen stuk vlees waar ze oplagen. Haar stem sneed als een slagers mes door mijn o zo goede humeur. Ik heb trouwens haar accent nooit kunnen plaatsen. Het klinkt een beetje als tweehonderd jaar incest op een kleine boerderij ergens in de buurt van Limburg of zoiets. Ik kan het fout hebben, ben nog al slecht met het plaatsen van accenten.